Het overgrote deel van de werknemers wil het vakantiegeld het liefst eens per jaar in mei ontvangen. Het uitsmeren van de toelage over het hele jaar blijkt een stuk minder populair. Dat blijkt uit een peiling van het Economisch Bureau van ING.
Jaarlijks hebben werknemers recht op een vakantietoelage van 8 procent van het brutoloon. Dit is wettelijk vastgesteld en de meeste werkgevers keren dit bedrag eind mei uit. Zij zouden er echter ook voor kunnen kiezen het geld maandelijks uit te keren en het maandsalaris dus met 8 procent te verhogen. Werknemers kunnen het geld dan zelf sparen of indien nodig eerder aanspreken.
Opvallend genoeg blijkt deze vrijheid niet populair. Slechts 7 procent van de ondervraagden zegt het vakantiegeld het liefst in twaalf maandelijkse porties te ontvangen. Economisch gezien heeft uitspreiden meer voordelen. Een werknemer die eerder over het geld beschikt, kan er zelf mee sparen of het indien nodig eerder besteden.
Zelfbescherming
Volgens ING heeft de keuze voor een eenmalige uitkering te maken met zelfbescherming. De consument ziekt methoden om de discipline te vergroten. Als hij in de tussentijd niet aan het geld kan komen, kan hij ook niet in de verleiding komen het eerder uit te geven en weet hij dat het geld er is zodra hij het wil gebruiken, bijvoorbeeld voor een vakantie.
Gemiddeld komt er per huishouden bruto 2.300 euro per jaar aan vakantiegeld binnen. Gemiddeld wordt er per huishouden 2.000 euro per jaar aan vakanties in binnen- en buitenland uitgegeven. De meeste respondenten zeggen vakantiegeld ook daadwerkelijk op te maken aan vakantie. Een kwart zegt er andere uitgaven mee te doen, zoals de aanschaf van een computer of nieuw meubilair. Een groep van 19 procent parkeert het geld op de spaarrekening en 17 procent lost er schulden mee af.