Banken die door hun beleid meer risico lopen op een faillissement moeten meer gaan bijdragen aan het depositogarantiestelsel dan ‘veiligere' banken. Dat schrijft het ministerie van Financiën in een voorstel dat zij maandag heeft bekendgemaakt. Het ministerie wil per 1 juli 2012 een nieuw garantiestelsel waarin banken een kapitaal opbouwen door middel van een periodieke bijdrage.
Het depositogarantiestelsel van De Nederlandsche Bank garandeert spaartegoeden tot 100.000 euro per persoon per bankvergunning. Wanneer een bank failliet gaat, kunnen spaarders een beroep doen op dit fonds.
In het huidige stelsel betaalt De Nederlandsche Bank de spaarders uit en slaat het uitgekeerde bedrag vervolgens om naar de aangesloten banken. Deze leveren dus altijd achter een bijdrage. Door nieuwe Europese regelgeving moet dit gaan veranderen. Er moet een garantiefonds worden opgebouwd waarin de banken ieder kwartaal een bedrag storten. Zo wordt een bedrag opgebouwd dat uitgekeerd kan worden aan de spaarders als één van de aangesloten banken failliet gaat.
Het nieuwe garantiestelsel zou per 1 juli 2012 van kracht moeten worden. De bedoeling is dat de aangesloten banken in 10 jaar tijd een fonds opbouwen ter grootte van 1 procent van de gegarandeerde spaartegoeden van alle banken samen. Dit komt op dit moment neer op een niveau van 4 miljard euro.
Om dit te bereiken betalen de banken elk kwartaal een basisbijdrage van 0,025% van alle spaartegoeden. Daarbovenop betalen banken een risico-opslag van 0 tot 100% van de basisbijdrage naar gelang het risico dat ze lopen.