De rente op kortlopende deposito's stijgt. Steeds meer banken besluiten de tarieven van met name het 1-jaars deposito te verhogen. Spaargeld vastzetten wordt daardoor voor de consument steeds aantrekkelijker. Daarbij is echter wel van belang voor welke bank je als spaarder kiest. De renteverschillen zijn namelijk groot.
Bij het populaire 1-jaars deposito bedraagt het verschil tussen de hoogste en laagste rente momenteel 1,85 procent. Het afgelopen jaar zijn de spaarrentes op deze deposito's flink gestegen. Van gemiddeld 2 procent in januari naar 2,94 procent in december van dit jaar. “Hierdoor wordt vastzetten steeds verleidelijker”, stelt Amanda Bulthuis van Spaarrente.nl. Het loont volgens Bulthuis overigens wel om kritisch te kijken naar de verschillende aanbieders. Zo bedraagt de hoogste rente voor een 1-jaars deposito 3,55 procent (GarantiBank), terwijl de laagste slechts 1,7 procent biedt (Robeco). “Dit verschil is behoorlijk en scheelt je bij een inleg van 10.000 euro toch 185 euro aan rente.”
Inflatie
Om te bepalen of het rentetarief dat je bank biedt redelijk is, is het verstandig goed te kijken naar het inflatiecijfer. In november bedroeg de Nederlandse inflatie 2,6 procent. Bulthuis: “Bij een bank die een spaarrente biedt die hieronder zit, moet je sowieso geen deposito afsluiten. Dan kost sparen je alleen maar geld.”
Ondanks de renteverhogingen, biedt nog ruim een kwart van de spaaraanbieders op een 1-jaarsdeposito een rente onder 2,6 procent. Wie met zijn spaargeld boven de heffingvrije grens voor de vermogensbelasting uitkomt, heeft zelfs nog meer problemen bij het vinden van een bank waar sparen loont. “Als je bovenop de 2,6 procent inflatie ook nog eens 1,2 procent vermogensbelasting moet betalen, moet je dus minstens een spaarrente van 3,8 procent ontvangen”, legt Bulthuis uit. “Dit rentetarief is momenteel alleen haalbaar als je je geld minstens drie jaar vastzet op een deposito. En dan moet je nog maar hopen dat de inflatie in de tussentijd niet verder gaat oplopen.”