3.Lijfrente berekenen
Een lijfrente uitkering berekenen kan alleen met informatie over de volgende twee ruimten:
- De jaarruimte: De mogelijkheid bestaat om aftrek te krijgen indien je jonger bent dan 65 jaar en in het voorafgaande jaar onvoldoende oudedagsvoorziening hebt opgebouwd. De berekening leent zich uitstekend voor een lijfrenteverzekering.
- De reserveringsruimte: Je kunt met deze ruimte een onvoldoende oudedagsvoorziening aanvullen over de periode van maximaal zeven jaar. Je kunt dan zeven jaarruimten ineens opvullen. Omdat dit over grotere bedragen kan gaan, leent een koopsom zich prima om de tekorten met terugwerkende kracht aan te vullen.
Via software van de belastingdienst of je tussenpersoon kan worden uitgerekend of er in een bepaald jaar voldoende opzij is gezet om tot 70% van het verdiende inkomen bij 65 te komen. Indien er onvoldoende opzij is gezet, mag dit tekort middels een premie voor een lijfrente aangevuld worden.
Voor een particulier (van 65 jaar of jonger) zijn in principe de volgende gegevens afdoende:
- Je bruto belastbaar inkomen (in dienstverband, uitkeringen of uit overige werkzaamheden)
- Je pensioen aangroei- ook wel Factor A genoemd (deze staat vermeld op uw pensioenopgave) De pensioenaangroei is wat je aan rechten hebt opgebouwd in een bepaald jaar levenslang vanaf je 65e. Bijvoorbeeld Factor A = 450, dan heb je vanaf je 65e ieder jaar, tot aan je overlijden recht op 450 euro. Dit werkt uiteraard cumulatief.
- Bedrag aan spaarloon wat is aangewend voor een lijfrentepremie.
Lijfrente en belastingDenk eraan: Indien de premie of koopsom niet in aftrek is te nemen of wordt genomen, is de kans reƫel dat je toch belasting moet betalen. De belastingdienst gaat er immers vanuit, dat een lijfrente in box 1 blijft en daar ook wordt belast. De bewijslast ligt bij jou en je moet ervoor zorg dragen, dat de premie in aftrek is te nemen.
Wanneer het gaat om belasting is van belang om wat voor soort lijfrente het gaat. Een direct ingaande lijfrente berekenen gaat volgens een andere procedure dan de berekening van een uitgestelde lijfrente. In het laatste geval betaal je pas belasting wanneer de uitgestelde lijfrente overgaat in een vrijkomende lijfrente. Vaak ben je dan verplicht om aan het einde van de looptijd een direct ingaande lijfrente af te sluiten.