Het aantal studenten dat leent om de studie te bekostigen is tussen 2003 en 2009 bijna verdubbeld. Naast het aantal studenten dat een lening aangaat, is ook het geleende bedrag in die periode flink verhoogd. Dat blijkt uit onderzoek van het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) en de vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel (MHP).
De gemiddelde studieschuld bedroeg in 2003 nog 8.000 euro, maar is opgelopen tot 12.500 euro in 2009. Een mogelijke oorzaak voor deze ontwikkeling is de steeds lagere bijdrage van de overheid via de basisbeurs. Deze is in de afgelopen twintig jaar met maar liefst 38 procent afgenomen, constateren de organisaties. Het bedrag dat de student moet bijdragen, vaak in de vorm van een lening, is in die periode juist toegenomen met 105 procent. Het aantal studenten dat zich in de schulden stak steeg aanzienlijk en ouders zagen de kosten van hun studerende kinderen met 77 procent stijgen.
De MHP en het ISO vinden de toename van het aantal studenten dat leent of in de schulden raakt zorgwekkend. Zij zijn bovendien van mening dat studenten onvoldoende worden voorgelicht over de consequenties van studieleningen. Een aantal bezuinigingsmaatregelen van het kabinet kan er bovendien voor zorgen dat studenten in de toekomst alleen nog maar meer gaan lenen.
Aflossingsperiode
Als tegenprestatie is het kabinet van plan de aflossingsperiode voor de lening te verlengen van vijftien naar twintig jaar. Dit betekent dat de verminderde koopkracht van studenten (2,5 tot 4 procent lager), nu twintig in plaats van vijftien jaar aanhoudt. Allemaal ontwikkelingen die volgens beide organisaties de kenniseconomie remmen, omdat steeds meer jongeren in de toekomst zullen afhaken om hoger onderwijs te volgen of bijvoorbeeld nog een Masteropleiding te doen.