Donner wil snel nieuwe pensioenafspraken | 28-01-2010 | Bij ongewijzigd beleid zal het huidige niveau van pensioenuitkeringen onbetaalbaar worden. Het beoogde uitkeringsniveau van 70 procent van het laatstverdiende salaris moet omlaag, anders zullen de premies in vijftien jaar met 30 procent stijgen. Zo luidt de conclusie van de commissie-Goudswaard, die in opdracht van minister Donner de toekomstbestendigheid van aanvullende pensioenregelingen onderzocht.
In reactie op het rapport zei minister Donner van Socials Zaken dat werkgevers- en werknemersorganisaties hun pensioenbeleid snel moeten aanpassen om bestand te zijn tegen toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen. Donner leidt uit het rapport af dat problemen met pensioenen ‘niet vanzelf verdwijnen’ wanneer aandelenmarkten herstellen. Sociale partners zijn volgens de minister gedwongen keuzes te maken, omdat de vergrijzing en de stijgende levensverwachting het pensioen veel duurder maken. De eerste verantwoordelijkheid legt Donner bij de werkgevers en vakbonden, die cao-afspraken maken en in de besturen van pensioenfondsen zitten. Per sector en bedrijf moeten sociale partners afwegen tegen welke prijs er zekerheid geboden kan worden over het pensioen en of men bereid is risico’s te nemen. Commissie-Goudswaard Minister Donner van Sociale Zaken had de commissie-Goudswaard gevraagd te onderzoeken of het Nederlandse pensioenstelsel nog wel houdbaar is met de vergrijzing en de financiële crisis. Vanwege een forse daling van de aandelenbeurzen en structureel lagere rentestanden zijn zowel werkgevers als werknemers de laatste jaren flink meer premie gaan betalen. Door de financiële crisis lijkt het pensioenstelsel nog altijd kwetsbaar en groeit er een gat tussen de verwachtingen en de werkelijke zekerheid die kan worden geboden. De commissie-Goudswaard constateert in het advies aan de minister dat werknemers er niet meer op kunnen rekenen dat ze 70 procent van hun salaris als pensioen ontvangen wanneer ze de 65-jarige leeftijd bereikt hebben. Werkgevers en werknemers moeten hun ambities omlaag schroeven om het pensioenstelsel overeind te houden. Dat betekent dat zij moeten uitgaan van een lagere uitkering en/of een hogere uittreedleeftijd. Willen sociale partners dat niet, dan zullen zij hogere risico’s op tegenvallers in de pensioenopbouw moeten accepteren.
|